Gedichten in M

Gepost op: 17/05/20

Morgen gaat onder meer Museum M in Leuven weer open. Eindelijk kun je daar de geweldige tentoonstelling rond de beeldhouwers Auguste Rodin, Constantin Meunier en George Minne gaan bekijken. Een aanrader!
Bij de beelden schreef ik samen met Paul Bogaert, Lieve Desmet en Herlinda Vekemans gedichten voor volwassenen en ook voor jongeren, te beluisteren via de audiotour.
Hieronder als voorsmaakje de gedichten bij de beelden Les Bourgeois de Calais (Rodin) en Balzac - étude en robe de moine (Rodin)




Hoop

Gepost op: 13/04/20

Fijne tweede paasdag aan jullie allen!

«Meurs donc, tu renaîtras, l’ espérance en est sûre.» *

Pasen gaat om opnieuw geboren worden. Terwijl de lente de aarde wakker kust, zijn wij als mensen nu naar binnenshuis verbannen en dat voelt tegennatuurlijk. Maar het kan hoopgevend en verrijkend worden als we binnenshuis wat breder interpreteren: naar binnen in het huis van ons eigen lichaam en geest. Dat is niet altijd eenvoudig. Ik hou zelf een dagboek bij van deze periode, los van (maar ook niet helemaal) het oorlogsdagboek van mijn grootvader. De voorbije dagen had ik er niet ingeschreven. Het leven was weer even te onbezorgd en lui en het innerlijke glipte weg. Ik uitte gisterenavond nogal bot de ergernis over mensen die de maatregelen van distancing aan hun laars lappen. Ergernis komt altijd voort uit onmacht en onmacht is nu eenmaal iets waar je moeilijk met geweld wat kunt tegen beginnen. En zo werd ik afgelopen nacht opgejaagd door dromen en hoorde ik elk uur van de nacht slaan. Misschien had het geen rechtstreeks verband, maar dromen zijn vaak het zwerfvuil dat je overdag hebt laten liggen.

Vandaag besloot ik dan om de blik weer wat meer naar binnen te richten. Er is immers altijd hoop, espérance. Deze foto nam ik op de dag dat de lockdown begon, om me aan die hoop te herinneren. In de pot waarin al een tijdje een yucca stilaan doodging en uiteindelijk tot op de stam moest worden gesnoeid, was opeens een groene scheut opgedoken.

Om weer iets te laten groeien waar iets stierf, is soms gewoon wat water nodig. Het is een uitstekende tijd om onszelf eens uitgebreid te begieten.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

(*) «Val maar, gij rijst weer op ; die hoop staat vast.» is een versregel van de Franse dichter Leconte de Lisle uit 1862. Ik las hem uitgerekend gisteren, met Pasen, in de roman ‘Bloedgetuigen’ van Johan de Boose.

 




Belette stad

Gepost op: 14/03/20

 - zaterdag 14 maart, 19 uur -

De stad klinkt zoals het dorp van mijn jeugd op een late zomeravond, net voor het donker wordt. In de frisse lucht fluiten vogels. De huizen zijn gesloten, de meeste rolluiken al neergelaten. Hier en daar brandt licht en staat de tv aan. Een enkele auto, die dubbel zo luid ronkt, het echoot bijna. Een gezin wandelt naar huis.

Aan het grote speelplein zitten enkele jongeren in een hoekje op de trappen. Ze zijn op één hand te tellen. Wat verder zit een stelletje. De Dijle stroomt als een donkere streep door de stad, je hoort het water. Een struise man in een fluogele arbeidersbroek laat zijn hond uit. Wat verderop staat nog een enkel kraam van wat een gedecimeerde markt moet zijn geweest.

In de Wieringstraat zit het populaire restaurant potdicht. Achter het raampje naast de deur hangt een briefje waarop uitgelegd wordt dat het vanwege COVID-19 is, en hoe je afhaalmaaltijden kunt regelen.

Door kleine straatjes kom ik dicht bij het oude centrum. Eerst passeer ik nog het nieuw aangelegde Helleputteplein. Er is niemand. Boven de huizen is een streep donkerblauw te zien en ik denk even dat het geen zeven uur ’s avonds is maar vijf uur ’s ochtends, zomer, de zon komt op en zo meteen kan een postbode langskomen.

En ja, drie straten verder kan ik een fietser horen fluiten, geen andere geluiden werpen zich ertussen en ik ben al bijna in het centrum. Vlak bij de Oude Markt staat een jongeman in een frituur, zeker twee meter van de toog verwijderd. De frieten bakkende Aziaat maakt weidse armgebaren.

Op de Oude Markt is er zo goed als niemand. De langste toog staat droog. Enkele mensen kruisen de markt met een zak afhaaleten. Op de hoek van de Muntstraat heeft ook het hamburgerrestaurant een papier met TAKE AWAY opgehangen. In het midden van de felverlichte lege zaak staat een eenzame dienster mistroostig naar buiten te kijken. Enkele huizen verder, in de sushibar, is er wel volk. Vijf mannen hangen er aan de toog, misschien personeel. Ze lachen maar hebben hun jassen aan, zoals de Joden van Mozes staande en met reiskleren aan dienden te eten, klaar om te vertrekken.

Halverwege hangen aan mijn oude stamkroeg nog de papieren van de tijdelijke sluiting en een verwijzing naar de pop-upbar wat verderop. Ik heb de Muntstraat op alle uren van de dag gekend, maar ik heb ze nooit zo verlaten geweten als nu. Tot plots, op het eind van de straat, een jonge hardloper in korte broek de hoek om snelt. Wat verderop in de Tiensestraat staan enkele fietsers van Deliveroo en een oranje concurrent voor een etenszaak te wachten op bevoorrading.

De drukste bushalte van de stad is leeg. Ik sla de straat in die terug naar mijn thuis leidt. En plots, waar die de Rijschoolstraat kruist, komen drie bussen na elkaar voorbij, met in elke zeker tien reizigers. Ik vraag me af waar ze opgestapt zijn. Zij vragen zich ongetwijfeld af wie hen daar staat aan te gapen. Dan komt er een auto aangereden die de laatste parkeerplaats inneemt, de bestuurster dooft de lichten en blijft zitten.

In de etalage van een winkel in geschenkartikelen zie ik de schort die ik daar al enkele keren heb zien hangen – ofwel geraakt hij niet verkocht ofwel is hij juist erg populair. Er staat WEEKEND op, met daaronder een bijna gevulde progressiebalk en LOADING...

Maar het weekend zal niet opgeladen geraken. Ik vraag me af wanneer het dat opnieuw zal doen.

 




Bundelpresentatie Synchroonliefde

Gepost op: 17/11/19

Hartelijk welkom op 7 december!




Muurtje

Gepost op: 01/11/19

Toen ik kind was begonnen we op de ochtend van 1 november aan een lange tocht langs de graven. Voor de middag was mijn vaders kant aan de beurt. Met onze ouders reden we naar het kerkhof van Aarschot, vervolgens Westmeerbeek en ten slotte Hulshout, het dichtst bij huis.

Na de middag reden mijn grootouders mee, twee volwassenen en twee kinderen op de achterbank, en ging het naar moeders kant. We maakten een soms eindeloos lijkende lus langs Heist-Centrum, Booischot, Schriek, Heist-Goor, Beerzel en Heist-Statie. Op dat laatste kerkhof lag de meeste familie begraven.

Ik herinner me vooral een ijskoude 1 november – misschien vooral door de verhalen die er nadien over verteld werden – dat het zo vroor dat we als kinderen in de auto mochten blijven zitten. Dan las ik verder, in een stripverhaal meestal.

Vandaag was het niet erg koud, maar Heist was ver. In de motregen passeerde ik langs een klein kerkhof waar ik niemand ken. Maar het tafereel is altijd en overal hetzelfde: mensen die in groepjes van drie, vier, vijf met gebogen hoofd naast elkaar staan, schouder aan schouder, als een muurtje in het voetbal. Ik vraag me af of ze iets willen tegenhouden.

 

 






Nieuwsarchief