Bundel nr. 2 komt eraan!

Gepost op: 25/09/19

Het contract bij PoëzieCentrum is getekend. Mijn tweede bundel SYNCHROONLIEFDE verschijnt dit najaar. Feestelijke presentatie op 7 december in La Conserve (Leuven). Save the date, meer info volgt binnenkort!




Impressies uit Watou

Gepost op: 01/09/19

De zomer nog in volle bloei, de school nog net niet herbegonnen, de laatste dag van het poëziefestival in Watou.
Ik mocht er optreden met een keur van geweldige dichters: Luuk Gruwez, Delphine Lecompte, Astrid Haerens, akim a.j. willems, Elisa Candela, Amina Belorf, Frederik Lucien De Laere, Myrthe Leffring en Hester Knibbe. De presentatie was in handen van Michaël Vandebril.
Sommigen brachten de nacht ervoor al samen door in het Huis van de Dichter.
Enkele impressies.

 

Dichtersbrunch op zondag, met v.l.n.r. Luuk Gruwez, Ludwig Lemaire, Delphine Lecompte en Astrid Haerens

Klaar voor het optreden, naast Elisa Candela, Astrid Haerens, akim a.j. willems en Luuk Gruwez

Afsluitende receptie, aangeboden door het Huis van de Dichter, met Frederik Lucien De Laere, Michaël Vandebril, Astrid Haerens en een vlijtig signerende Delphine Lecompte




Tien jaar

Gepost op: 05/06/19

"En we kunnen ons niet voorstellen dat we over een jaar, of over tien jaar, zullen zeggen: het is een jaar, of tien jaar, geleden..."


Dat zei ik toen, bij de uitvaart van mijn vader.
Het is nu bijna zover. Morgenochtend zal het precies tien jaar geleden zijn. Het blijft onvoorstelbaar.


De laatste nachten sliep mijn moeder bij hem in het krappe ziekenhuisbed in de living. Nog voor even tastbaar samen.
Sindsdien een lege plek die niet meer opgevuld geraakt.
En een gedicht.

 




Eieren van Tom

Gepost op: 25/04/19

Ik kan intens droevig worden – sommigen zullen het melancholisch noemen – van dingen die niet meer bestaan, de buren op de stoep op zomeravonden, weerberichten van Armand Pien, nieuwe strips van Piet Pienter & Bert Bibber, het tuinpad van mijn vader zoals in Het Dorp van Wim Sonneveld, de fruitbomen ernaast, ja die ook.

Of etiketten zoals scholieren ze vroeger op schriften en gekafte schoolboeken plakten, achthoekig met gekleurde randen. Onlangs had mijn moeder een doosje eieren voor me. Eieren van haar jonge buurman, een verre neef, die nu kippen houdt – terwijl vroeger de bejaarde buurman aan de andere kant dat deed. Op het doosje had ze zo’n oud etiket gekleefd. Mijn ouders stonden samen meer dan zestig jaar in het onderwijs, dan wil je zulke spullen nog wel eens in huis hebben.

Op mijn schriften en schoolboeken hingen ze vroeger ook, netjes rechts boven in de hoek, met naam en klas erop. In het secundair had elk vak zijn eigen kaftkleur: wiskunde blauw, Nederlands groen, Latijn bruin, Engels rood – ik begreep niet hoe iemand daar andere kleuren voor kon kiezen, dat zou mijn systeem ontregeld hebben.

Misschien is het dat, een ontregeling van mijn systeem. Dingen die veranderen. Die niet meer bestaan. Het is niet eens een gemis, slechts een besef dat de tijd verglijdt.

 




De stad van vroeger en straks

Gepost op: 28/03/19

Deze foto passeerde onlangs op een historiepagina over Leuven. De Bondgenotenlaan in de jaren zestig, incluis mini-juupjes en kniehoge kousen, met als blikvanger de kleurrijke lijnbus naar Diest. De foto deed me aan Palermo denken, waar ik een jaar of vijf geleden rondliep en reed: de files in de nauwe straten, de chaos op de boulevards, de scootertjes die je als wespen links en rechts voorbij gonzen. Die indruk wordt versterkt door de felle zon, de diepe schaduwen, de statige gebouwen die zij aan zij staan te roosteren. Palermo, of een andere zuiderse vervuilde stad. 

Vorige zaterdag liep ik ’s ochtends door het centrum van Leuven. De hemel bewolkt, de straten rustig. In de grootste, verkeersvrije winkelstraat stonden groepjes mensen te praten, een kind koerste op een loopfietsje voorbij. Het leek wel een dorp van een halve eeuw geleden. Er was geen drukte. Er was leven. De straten ademden behaaglijk. Ik had me in geen tijden zo één gevoeld met de omgeving.

Er komt een tijd, en die is niet meer zo veraf, dat al onze steden zo zijn: dat ze in gemoedelijkheid het dorp in zichzelf herontdekken, de stoeltjes voor de deur misschien gegroepeerd op terrassen, maar straten waarin mensen van de ene kant naar de andere kuieren en een kind vrij kan rondlopen. Auto’s zullen er nog rijden om mensen van en naar de stad te voeren, niet om in die stad rond te rijden. Bandeloos (no pun intended) verkeer van auto’s in het centrum van onze steden zal iets zijn waar de volgende generaties zullen op terugblikken als een tijdelijk fenomeen, een relict uit de jaren tussen 1960 en 2030, even voorbijgaand en onbegrijpelijk als de bovengrondse riolen uit de middeleeuwen of plastic wegwerpbestek.

 






Nieuwsarchief