Rachel

Gepost op: 05/12/12

Af en toe vertaal ik weleens wat. Dat kan al eens iets literairs zijn, een stukje poëzie. Uitsluitend naar het Nederlands natuurlijk – ik mocht willen dat ik het ook in andere richtingen zou kunnen. En toch heb ik daar nu nood aan. Of alleszins aan iemand die van het Nederlands naar het Engels vertaalt. Dat zit zo.

Eerst even wat voorgeschiedenis. Een jaar geleden woonde ik in Arnhem het concert The Wall bij, van Roger Waters. Vroeger was dat van Pink Floyd, maar in rockgroepen spelen geregeld de ego’s op en dan vallen ze soms uiteen. Roger Waters toert dus al een hele tijd solo met The Wall – op 20 juli 2013 komt hij naar Werchter, het is maar dat u het weet.
Het concept van zo’n voorstelling is onveranderlijk: in het eerste gedeelte wordt op de scène een muur opgetrokken met ‘stenen’ van één op twee meter. Aan het einde dondert die weer omlaag. Dat klinkt wat kinderlijker dan het is, de show zit knap in elkaar.
Tijdens de pauze worden de witte stenen van de muur gebruikt om er honderden ‘identiteitskaarten’ op te projecteren. Ze zien eruit als een gewone ID, maar ze vermelden naast de gebruikelijke gegevens als een foto, een naam, geboortedatum en -plaats, ook de plek en de manier van overlijden. Allemaal slachtoffers van oorlog en geweld, van aanslagen en dictaturen, van moedig verzet of op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn. Een aanklacht tegen machtsmisbruik en verdrukking, zoals The Wall zelf dat is. Veelal mannen: gesneuvelde soldaten, vermoorde guerrillero’s, burgers die pech hadden…

En terwijl ik op het middenplein van de Gelredome de Muur scande en een aantal van de wisselende projecties trachtte te lezen, viel me het gezicht op van een jong meisje, een gaaf gezicht tussen de gesloten ogen, ingeslagen schedels en afgesneden kelen. Blonde haren, achteloos achteruitgeschoven door een zonnebril. Ik las haar ID en vanaf die dag bleef ze me bij: Rachel Aliene Corrie.

Rachel Corrie was een Amerikaanse vredesactiviste. Ze werkte een tijdje met mentaal gehandicapten en trok na haar studies de wereld in, om die een heel klein beetje een betere plek te maken. Vastbesloten en misschien wat naïef, maar gelukkig zijn er vastbesloten en naïeve mensen.
Rachel trok begin 2003 naar Gaza, om er het vernielen van Palestijnse huizen tegen te gaan. Ze werd door een D9, een gepantserde bulldozer overreden en stierf. Op 16 maart 2013 zal dat precies tien jaar geleden zijn.

Rachel dus. Ze liet me niet meer los. Haar idealen, haar dood. Vervolgens haar jeugd, haar dagboeken, haar mails aan – hoe exact klinkt dat woord – het thuisfront. Haar gedachten en gedachtenis worden levendig gehouden op een memorialsite. Haar ouders dragen haar ideeën verder uit.
Het stond al snel vast: ik zou een gedicht wijden aan Rachel Corrie. Een wat langer, enigszins episch gedicht.
Dat is nu zo ongeveer af. Hieronder een stukje eruit.

En nu kom ik weer bij mijn vertrekpunt: ik zou dit gedicht willen schenken aan degenen die Rachels erfenis levend houden, in de eerste plaats haar ouders. Liefst nog voor kerst. Maar daarvoor moet het natuurlijk in het Engels worden vertaald.
Ik heb zelf al een schamele poging gewaagd, maar op zijn minst zou een native speaker die vertaling moeten corrigeren. De tekst is 500 à 600 woorden lang, dat valt best mee.
Als u iemand kent: laat het mij weten.

Twee fragmenten en mijn vertaalpoging:

 

Ze landt in een stad van gouden koepels. Buiten
de luchtgekoelde zalen klapt de wereld open
als een meisjesboek. Bruine huiden. Dampende wegen.
Jeruzalem ademt met de longen van een zonnebader.

Twee talen, de ene hoekig, de andere rond,
getekend met de golven van de Dode Zee,
erboven de sterren van een maanloze nacht.

(…)

Rafah – de naam van de stad geurt als zuiderse baden,
in tegenlicht raspt hij langs de avond. Rafah. Knallen, ratelen.
Buiten haar tent sluipt een vuurvlekje de nacht in,
krinkelende rook erachteraan. Ratelen, knallen.
Een kogel opent in de lauwe duisternis
een watertank – door nachtkijkers spuit
smaragdgroene limonade uit een betonnen tetrabrik.
Een fontein van verspilde warmte. Knallen, ratelen.
Verdiepingen staan op kapotte poten, op binnenkoeren
witte plastic stoelen door winters verweerd.
Kinderen schoppen de moed  uit een schrompelende bal.

-  -  -  -  -  -  -  -  -

She lands in a city of golden domes. Outside
the airconditioned halls the world unfolds
like a girl’s book. Dark skins, steaming roads.
Jerusalem breathes with a sunbather’s lungs.

Two languages, one jagged, the other round
drawn with the waves of the Dead Sea
beneath the stars of a moonless night.

(…)

Rafah, the town’s name smells of southern baths, against
the light it rasps along the evening. Rafah – rattles – cracks.
Outside her tent a firefly steals into the night
followed by curling smoke – cracks – rattles.
In tepid darkness a bullet opens
a water tank – through night goggles emerald
lemonade gushes from a concrete carton,
a fountain of squandered warmth. Rattles – cracks.
Storeys stand on lame legs, courtyards
with white plastic chairs, weathered by winter.
Kids kick the courage out off a withering ball.